Esther de JoodeWie ben ik?

Ik ben Esther de Joode! Ik ben opgegroeid in Drachten (Friesland). Na de middelbare school (gymnasium) ben ik in Groningen gaan studeren. Al van jongs af aan wilde ik met kinderen werken. Ik wilde graag praten en bewegen met kinderen, maar wist niet precies wat ik dan zou moeten studeren of worden. Ik koos voor de studie Pedagogische Wetenschappen met de specialisatie Bewegingswetenschappen. M’n stageopdrachten en afstudeerproject heb ik gedaan bij revalidatiecentra. Daar werkte ik met kinderen en volwassenen met pijn en bewegingsbeperkingen. Ik merkte dat iemands welbevinden sterk afhankelijk is van de fysieke situatie (extern), maar vooral ook van psychische factoren (intern). En ik ontdekte dat met lichaams- en bewegingsoefeningen interne veranderingen in gang kunnen worden gezet die leiden tot een hogere mate van welbevinden, oftewel een blijer gevoel!

Na mijn studie heb ik drie jaar lesgegeven op een hogeschool voor fysiotherapie in Utrecht. Naast docent was ik daar als mentor werkzaam. Als mentor merkte ik dat problematiek zich met name voordoet als er geen ruimte en aandacht is voor ieders eigenheid, talenten en grenzen. Ik wilde me meer toeleggen op de ontwikkeling en begeleiding van kinderen en begon met de studie Integratieve Kindertherapie. Integratieve Kindertherapie is een post-Academische deeltijd studie aan de Nederlandse Academie voor Psychotherapie in Amsterdam.

Voor informatie over de Nederlandse Academie voor Psychotherapie in Amsterdam kijk op: www.academie-psychotherapie.nl

De studie Integratieve Kindertherapie combineerde ik met het werk als onderzoeker bij een onderzoeksbureau in Utrecht. Ik deed projectmatig onderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs voor verschillende onderwijsinstellingen.

Ik ben moeder van een geadopteerde zoon uit EthiopiŽ. Daarbij werk ik als kindertherapeut in Vianen. Ik geef kindertherapie, maar ook training en begeleiding aan ouders en kinderen.

Mijn motivatie om met kinderen te werken, komt vooral vanuit mijn overtuiging dat ieder kind recht heeft op de voor hem/haar juiste ontwikkeling (zie "De rechten van het kind" hieronder). Ik ga ervan uit dat elk kind recht heeft op de begeleiding/behandeling die voor hem/haar het meest kan opleveren. Door de integratieve manier van werken staat het kind centraal en niet een bepaalde methodiek of visie. Het geeft mij veel voldoening wanneer ik kan bereiken dat een kind meer zelfvertrouwen krijgt en beter in zijn/haar vel gaat zitten.

Ook in mijn vrije tijd voert deze overtuiging voor mij de boventoon. Ik zet me in voor goede kinderdoelen, zoals KIKA, Mamas en Warchild! Elk jaar loop ik een (ultra)marathon voor een van deze doelen en probeer ik zoveel mogelijk sponsorgeld bij elkaar te krijgen. Van mijn inkomsten als kindertherapeut gaat ook 5 procent naar een goed kinderdoel.

Rechten van het kind

Rechten van het kind: uitleg voor volwassenen

Beginsel 1:
Het kind moet alle in deze Verklaring genoemde rechten genieten. Alle kinderen, zonder enige uitzondering, hebben aanspraak op deze rechten, zonder onderscheid of achterstelling wegens ras, huidskleur, geslacht, taal, godsdienst, politiek of ander inzicht, nationale of maatschappelijke afkomst, eigendom, geboorte of ander status, hetzij van het kind zelf, hetzij van het gezin waaruit het voortkomt.

Beginsel 2:
Het kind moet bijzondere bescherming genieten en moet krachtens de wet of langs andere wegen gelegenheid en faciliteiten krijgen om zich lichamelijk, geestelijk, zedelijk, intellectueel en maatschappelijk te ontwikkelen op een gezonde en normale wijze en in omstandigheden van vrijheid en waardigheid. Bij het vast stellen van wetten met dit oogmerk moet het hoogste belang van het kind de voornaamste overweging zijn.

Beginsel 3:
Het kind moet van zijn geboorte af recht hebben op een naam en een nationaliteit.

Beginsel 4:
Het kind moet de voordelen van sociale zekerheid genieten. Het heeft er recht op in gezondheid op te groeien en zich te ontwikkelen. Te dien einde moeten het kind en zijn moeder beiden bijzondere zorg en bescherming krijgen, met inbegrip van voldoende prenatale en postnatale zorg. Het kind heeft recht op voldoende voeding, huisvesting, ontspanning en medische zorg.

Beginsel 5:
Het kind, dat lichamelijk, geestelijk of maatschappelijk achter is gesteld, moet de bijzondere behandeling, opvoeding en zorg krijgen, die voor zijn speciale omstandigheden nodig zijn.

Beginsel 6:
Het kind heeft liefde en begrip nodig voor de volledige en harmonische ontplooiing van zijn persoonlijkheid. Het behoort, voor zover mogelijk, op te groeien onder de zorg en de verantwoordelijkheid van zijn ouders en in elk geval in een sfeer van liefde en van zedelijke en materiele zekerheid. Tenzij in zeer bijzondere omstandigheden mag een kind in zijn prille jeugd niet van zijn moeder worden gescheiden. De maatschappij en de overheid hebben de plicht bijzondere zorg te besteden aan alleenstaande kinderen en aan kinderen zonder voldoende middelen van bestaan. Een toelage van staatswege en andere hulp voor het onderhoud van kinderen van grote gezinnen is wenselijk.

Beginsel 7:
Het kind heeft aanspraak op onderwijs, dat kosteloos en althans voor de lagere schooljaren verplicht moet zijn. Het behoort een opvoeding te krijgen, die zijn algemene ontwikkeling ten goede komt en het in staat stelt op basis van gelijke kansen zijn bekwaamheid, persoonlijk oordeel en gevoel voor zedelijke en maatschappelijke verantwoordelijkheid te ontwikkelen en een nuttig lid van de maatschappij te worden. De belangen van het kind behoren het leidend beginsel te zijn van hen, die voor zijn opvoeding en leiding verantwoordelijk zijn; deze verantwoordelijkheid berust in de eerste plaats bij zijn ouders. Het kind moet alle gelegenheid krijgen voor spel en ontspanning, die op dezelfde doeleinden dienen te worden gericht als de opvoeding; de maatschappij en de overheid dienen te bevorderen, dat het kind dit recht kan genieten.

Beginsel 8:
Het kind behoort onder alle omstandigheden tot de eersten, die recht hebben op bescherming en hulp.

Beginsel 9:
Het kind moet beschermd worden tegen alle vormen van verwaarlozing, wreedheid en uitbuiting. Het mag in geen enkele vorm handelsobject zijn. Het kind mag niet in het arbeidsproces worden opgenomen vóór een redelijke minimumleeftijd; aan het kind mag in geen geval opgedragen of veroorloofd worden enige bezigheid of beroep uit te oefenen, die zijn gezondheid of opvoeding kan schaden of belemmerend werkt op zijn lichamelijke, geestelijke of zedelijke ontwikkeling.

Beginsel 10:
Het kind moet beschermd worden tegen praktijken, die een onderscheid maken naar ras, geloof of anderszins beogen. Het kind dient te worden grootgebracht in een geest van begrip, verdraagzaamheid onder de volken, vrede en wereldbroederschap en in het volle bewustzijn, dat zijn werkkracht en gaven behoren te worden gewijd aan het dienen van zijn medemens.

Rechten van het kind: uitleg voor kinderen

Alle kinderen hebben dezelfde rechten en zijn evenveel waard.

Alle kinderen hebben het recht te zeggen wat ze vinden. Kinderen hebben het recht te verwachten dat volwassenen naar hen luisteren en hen ernstig nemen.

Alle kinderen hebben het recht te denken en te geloven wat ze willen.

Zij die beslissingen voor kinderen nemen moeten in de eerste plaats bekijken wat het beste voor het kind is.

Alle kinderen hebben het recht om niet geslagen te worden, en niemand mag lelijk tegen een kind doen.

Alle vluchtelingenkinderen hebben recht op hulp en bescherming.

Alle kinderen hebben het recht om hun eigen taal te spreken, te zijn wie ze zijn en ze hebben recht op hun eigen geloof.

Alle gehandicapte kinderen hebben het recht onder gelijke voorwaarden mee te doen.

Alle kinderen hebben recht op gratis onderwijs.

Alle kinderen hebben recht om te spelen, te rusten en hebben recht op vrije tijd.

Vereenvoudigd uittreksel uit De Rechten van het Kind van de VN.)

logo estherdejoode kindertherapie begeleiding training
wie ben ik
contact
reacties
boekentips
zakelijk
webdesign Anita Gaasbeek